(PSYCHO)MOTORIEK BIJ KINDEREN

Kinderen leren spelenderwijs. Al bewegend ontwikkelen ze hun spieren, zintuigen en motoriek. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier en op zijn eigen tempo. Meestal gaat dat vanzelf. Bij sommige kinderen is er echter sprake van vertraagde of afwijkende ontwikkeling. Dit kan het gevolg zijn van een aandoening van de zintuigen, het zenuwstelsel of van het houdings- en bewegingsapparaat. Het kan ook komen door een tekort aan motorische ervaring. Soms is de oorzaak niet aanwijsbaar. Bij elke leeftijd horen bepaalde vaardigheden. Door middel van onderzoek en gestandaardiseerde tests krijgen we een beeld van het motorische niveau. Als dit beduidend afwijkt van de gemiddelde waarden die specifiek zijn voor een bepaalde leeftijd en geslacht, wordt er een behandelingsplan opgemaakt en besproken.

Motorische problemen
•  Vertraagde (neuro)motorische ontwikkeling  (ex-prematuren, baby’s met een voorkeurshouding, algemene ontwikkelingsachterstand,…)
•  Behandeling van kinderen en jongeren met spierziekten, cerebral palsy, mentale retardatie, plexus brachialis parese, spina bifida,…)
•  Algemene problemen met de grove motoriek (onhandigheid, evenwicht, coördinatie, balvaardigheid,…)

Psychomotorische problemen
•  Fijnmotorische en schrijfmotorische problemen
•  Visuo-motorische en visueel-ruimtelijke problemen (werkveld, oog- handcoördinatie, ruimtelijk inzicht, …)
•  Aandachts- en concentratieproblemen ( werkhouding, taakspanning…)
•  Begeleiding van leerproblemen (AD(H)D, autisme, DCD, NLD,…)

Problemen ter hoogte van de luchtwegen
•  Ademhalingstherapie bij kinderen met mucoviscidose, luchtweginfecties en astma

TypTienTwee
Typlessen voor alle kinderen vanaf het derde leerjaar. Ze zijn erg geschikt voor kinderen met fijnmotorische problemen, maar ook voor kinderen met een leerstoornis (dyslexie, dysgrafie, dysorthografie,…). Het is een speelse en kindvriendelijke manier om te leren typen op de computer. Om het typen zo goed mogelijk te integreren, worden alle leerkanalen aangesproken : auditief, visueel, motorisch-tactiel, het geheugen en het redeneren. Er wordt aan elke vinger een kleur gekoppeld en aan elke letter een woord of symbool. Deze letters worden aan elkaar gekoppeld d.m.v. zinnetjes of verhaaltjes, om zo de letters beter te kunnen onthouden.